Brussel
Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

Vautierstraat 29
1000 Brussel

Bekijk meer foto's

Terug naar Projecten

Het Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen is een instelling van de Belgische federale staat. Het doet intensief aan wetenschappelijk onderzoek, vervult diensten van openbaar nut en staat voor iedereen open via het Museum voor Natuurwetenschappen.

Historiek

Aanvankelijk was het « Koninklijk Natuurhistorisch Museum van België », dat gesticht werd op 31 maart 1846, gevestigd aan het Museumplein in Brussel. Al snel werden de lokalen te klein, zodat het museum in 1891 een nieuw gebouw toegewezen kreeg boven op de heuvel in het Leopoldpark. Het gebouw was oorspronkelijk voorzien om er een klooster in onder te brengen, maar die functie heeft het nooit vervuld. Niet lang nadat het « klooster » geopend was, bleek ook dat te klein. De toenmalige directeur, Edouard Dupont, wees de bouw van een bijkomende vleugel toe aan architect Charles-Emile Janlet, die een museum ontwierp over meerdere niveaus met een lengte van bijna 100 meter.

Renovatie van de Kloostervleugel

Nieuwe permanente galerij Levende Planeet

In augustus 2020 heeft de Regie der Gebouwen de renovatie afgerond van de 2 bovenste verdiepingen van de Kloostervleugel, waar zich voortaan de permanente galerij Levende Planeet bevindt.

De zalen werden volledig gestript, de isolatie werd vernieuwd, de gebogen wanden op de laatste verdieping werden verhoogd en gerenoveerd, evenals de kleine draaitrap die voortaan beter in de ruimte geïntegreerd wordt.

De ramen werden zodanig vernieuwd dat ze volledig identiek zijn aan de oorspronkelijke exemplaren aangezien de gevel van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen niet geklasseerd is, maar het uitzicht vanaf het Leopoldpark dat wel is.

Tot slot werden de vloer en de technische installaties vernieuwd: de elektriciteit, de ventilatie, de brandbeveiliging (brandwerende deuren) en het sanitair.

Een verbeterd museumparcours

Een nieuw ontworpen trappenhuis verbindt voortaan de nieuwe permanente galerij met de Janlet-vleugel en de Galerij van de Mens. Er werd ook een lift geïnstalleerd zodat personen met een beperkte mobiliteit een betere toegang hebben.

Verder vormen brandwerende deuren een scheiding tussen het trappenhuis en de museumzones.

Nieuwe lokalen voor de dienst Taxidermie

In 2016 legde de Regie der Gebouwen de laatste hand aan de renovatie van een bijgebouw en aan de bouw van een uitbreiding van zeventig vierkante meter. Daarmee kreeg de dienst Taxidermie van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), die tot voor kort in te krappe, verouderde lokalen werkte, een nieuw onderkomen.

Alleen de muren bleven behouden. De ganse binnenkant, inclusief de vloeren, werd gesloopt om het hele volume zo goed mogelijk te benutten.

Verder werden de beschermde gevels volledig gerenoveerd: de antracietgrijze vensterframes werden in oorspronkelijke staat hersteld, terwijl de karakteristieke ornamenten van de puntgevels en de schoorstenen in blauwe steen allemaal werden vervangen.

Het interieur is modern en de verschillende volumes sluiten goed op elkaar aan. Er werden opnieuw twee hoofdniveaus gecreëerd. Maar er zijn ook tussenverdiepingen die het gebouw en zijn uitbreiding met elkaar verbinden.

Naast een taxidermie- en een restauratiezaal bevat het complex ook een koelkamer, een afkookkuip, allerlei bergruimten, koelkasten en scanners.

Het gebouw beantwoordt aan de recentste normen (brand, personen met beperkte mobiliteit, toegangscontrole ...). De omgeving werd zorgvuldig heraangelegd, met een nieuwe verlichte toegangszone, de aanplanting van heesters en andere planten, de installatie van veiligheidsportieken, enzovoort.

De Janlet-vleugel

Tussen april 2003 en maart 2004 werden ter voorbereiding van de grote renovatie werken uitgevoerd in de geologievleugel. Zo werden de laboratoria op niveau –4  heringericht en werd een overdekte verbindingstrap gebouwd tussen de geologievleugel en de Janlet-vleugel.

De kelderverdieping van de geologievleugel werd omgevormd tot opslagruimte met compactusarchieven, zodat de collectiestukken van de Janlet-vleugel er tijdens de restauratiewerken tijdelijk konden worden ondergebracht.

Er werd een tussenverdieping gebouwd (niveau 0), waar een deel van de kantoren van de Janlet-vleugel gehuisvest werden.

Ook het niveau -1 werd aangepakt met het oog op zijn latere herinrichting tot leeszaal voor de bibliotheek van het instituut.

Toen architect Janlet het gebouw ontwierp, koppelde hij het architecturaal concept al aan het museumconcept. Dat blijkt uit de manier waarop het daglicht binnenvalt in het gebouw, uit de ‘getrapte’ constructie van de tentoonstellingsruimten, uit de voorstelling van de collecties in modulaire uitstalkasten enzovoort.

Omdat de structuur van de Janlet-vleugel niet afgestemd was op de dubbele functie die hij moest vervullen - die van een instelling voor wetenschappelijk onderzoek en een museum - was een reorganisatie absoluut noodzakelijk. De circulatiewegen voor het publiek moesten gescheiden worden van de wegen die uitsluitend bestemd waren voor de wetenschappers.

De renovatie van de Janlet-vleugel werd onderverdeeld in drie delen:

De onderzoeksinstelling en haar collecties

In de kelderverdieping werden de laboratoria anders ingericht en verbonden met de laboratoria van de geologievleugel.

Ook de kantoren op de eerste verdieping werden heringericht.

Dankzij de installatie van een lift werd een functionele verbinding met de bewaarplaatsen tot stand gebracht.

De circulatiewegen van het publiek en het personeel werden gerationaliseerd en van elkaar gescheiden.

De grote tentoonstellingszaal met de skeletten uit Bernissart/de Galerij van de dinosauriërs

De toegankelijkheid en de overzichtelijkheid van de Janlet-vleugel werden verbeterd door een rechtstreekse toegang tot de grote tentoonstellingszaal: een overdekte doorgang vanaf de hoofdingang.

De verbinding tussen de kloostervleugel en de Janlet-vleugel werd gerestaureerd: de monumentale trap werd heropgebouwd.

Tijdens de renovatie werd de oorspronkelijke staat van de grote tentoonstellingszaal in ere hersteld. Daarbij werd rekening gehouden met de eisen van het museum op het gebied van verlichting, ventilatie, diverse technische voedingen, controle van het daglicht ...

De nieuwe "circulatietoren", de optimalisering van het museumcircuit en de nieuwe gradinzaal/Galerij van de evolutie

De nieuwe "circulatietoren" beantwoordt aan de voorschriften voor brandveiligheid en toegankelijkheid van het gebouw voor personen met beperkte mobiliteit. De renovatie heeft het mogelijk gemaakt een evenwicht te vinden tussen enerzijds het behoud van de bestaande structurele elementen en anderzijds de omvorming van de ruimte tot een hedendaagse tentoonstellingszaal. De metalen draagstructuur van de geraamten, de metalen ramen, de dakramen, het hellend vlak, een deel van de oorspronkelijke vitrines en de parketvloer werden gerestaureerd.

Door een nieuw ‘hoog’ en ‘laag’ circuit werd een lusvormig tentoonstellingsparcours aangelegd voor de bezoeker.

Het ‘hoog’ en ‘laag’ circuit zijn met elkaar verbonden door trappen en liften die voorbehouden zijn voor de personen met beperkte mobiliteit en die gelegen zijn aan beide kanten van de zaal.

Technische fiche

Eigenaar: Belgische staat
Gebruiker: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen 

Janlet-vleugel
Fase 1: voorbereidende werken

Bouwheer: Regie der Gebouwen
Kostprijs: 3 miljoen euro (inclusief btw)
Duur van de werken: april 2003-maart 2004

Fase 2: renovatiewerken

Kostprijs: 22,8 miljoen euro (inclusief btw)

  • kost gedragen door Beliris: 11,8 miljoen euro
  • kost gedragen door de Regie der Gebouwen: 11 miljoen euro

Duur werken  

  • Galerij van de dinosauriërs en de verbindingstoren: 2005-oktober 2007
  • Galerij van de evolutie en de in glas uitgevoerde voetgangersbrug: 2007-februari 2009
Kloostervleugel en trappenhuis

Bouwheer: Regie der Gebouwen

Studiebureau (aangewezen en gefinancierd door het KBIN): SUM Project

Opvolging en uitvoering van de werken: Regie der Gebouwen en SUM Project

Aannemers (vanaf 2020):

Trappenhuis (glazen balustrade): Metalur

HVAC: VTS

Elektriciteit: Sotrelco

Diverse kleine werken en afwerking: Malice  

Duur van de werken:  2015-2020

Totale kostprijs van het project: ongeveer 4,5 miljoen euro

 

Laatst gewijzigd in september 2020